Winterkost

M’n vorige blog schreef ik dat ’t nog geen winter is… en officieel is dat natuurlijk ook zo ( de echte begint op 21 en de metereologische op 1 december, de herfst is nog maar nauwelijks begonnen), maar waar het natuurlijk om gaat is gewoon de temperatuur op straat, die bepaalt waar we trek in hebben.
Of ’t nog weer is voor salades… of dat we al aan stoof- en stamppotten denken.
Afgelopen zaterdag zaten we trouwens nog gewoon buiten de hele avond te barbecuen en gisteravond zat ik nog lekker in het zonnetje op een terras, maar aan de andere kant: we hebben de eerste hutspot met stoofvlees en boerenkool met rookworst ook al weer gegeten.
Dus nu toch maar deze twee recepten:

Rode kool
…ook makkelijk om in porties in te vriezen, heb je voor de hele winter genoeg.
Rode kool behoeft 14 ingrediënten, vertelde mij eens een kok.
’s Kijken of ik ze nog weet:
– Uiteraard eerst de rode kool (1) zelf
– water (2, dat vergeet je gauw mee te tellen)
– peper (3) en zout (4)
– laurierblad (5), nootmuskaat (6) en kruidnagel (7)
– schepje suiker (8 ) en scheutje azijn (9) om de kleur mooi rood te houden
– een moesappel (10) die kapot kookt
– en een harde appel (11) waar je later de stukjes van terug vind
– een handje rijst (12) om te binden – we schieten al op
– beetje kaneel (13) of een kaneelstokje wat je er later uit haalt
– en een klontje boter (14).
Koken tot het gaar is, een uurtje geloof ik, zo uit m’n hoofd gezegd.
In porties in de vriezer en je kunt de hele winter door, simpel met gekookte aardappels en een bal gehakt, of luxer met puree en hachee of wildragout.

Stoofpeertjes
Ook om te bewaren. Stoofpeertjes kook je heel lang en heel langzaam. Eerst schillen, dan in kwarten en de klokhuizen er uit, of heel laten met het steeltje eraan.
Goeie stoofperen zijn Gieser Wildeman, maar er zijn meer lekkere soorten (vaak niet in de supermarkt, dan moet je naar een goeie fruitboer of biologische winkel).
Als groente is het makkelijker ze te snijden en de klokhuizen te verwijderen, als dessert (bijvoorbeeld met vanillesaus en/of kaneelijs) staat het mooier ze heel te laten.
Als het goede peren zijn worden ze vanzelf rood tijdens het koken.
Maar dat kun je wat helpen, met bijvoorbeeld rode wijn, rode vruchtensap of bessenjenever. Eventueel wat suiker en een snufje kaneel toevoegen tijdens het koken.
Om ze te bewaren kun je ze – net als bij het maken van jam – in goed af te sluiten potten doen.
Zo heet mogelijk, zo uit de pan, vullen en wat vocht erbij tot de pot helemaal vol zit.
Dan het deksel goed dichtdraaien.
Als ze afkoelen hoor je op een gegeven moment een klik als het deksel vacuüm zuigt.
Goed vullen tot het randje is belangrijk, er mag geen lucht in de pot zitten.
Mocht je het gevoel hebben dat een pot niet goed afgesloten is, dan zit er maar één ding op: de rest van de week stoofpeertjes eten!
Op deze manier kun je ook appelmoes of rabarber inmaken, de potten zijn – mits koel en donker opgeslagen – enkele maanden houdbaar.

Gepubliceerd door

adavanderlindenculiblog

Liefhebber van lekker eten en koken (uit en/of thuis)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s